Ontslag bij kastekort
In een zaak die onlangs voor de Hoge Raad speelde is aan de orde gekomen hoe de rechter om moet gaan met ontslag bij een kastekort van een werknemer.
In deze zaak bestond het kastekort van de werknemer uit het feit dat hij de dagopbrengsten van het filiaal waar hij werkte niet afstortte bij de bank. Dit gegeven werd door hem betwist in de rechtzaak die zijn werkgever aanspande, feit bleef echter dat de opbrengsten nooit waren aangekomen bij de bank.
Het ontslag op staande voet dat volgde op de ontdekking van de werkgever was gebaseerd op fraude/diefstal. Hiernaast vorderde de werkgever het bedrag van de verdwenen dagopbrengsten terug van de werknemer.




