Kennelijk onredelijk ontslag
Wanneer een werknemer bij ontslag wegens bedrijfseconomische redenen een vergoeding van de werkgever afslaat (met de hoop een hogere vergoeding in rechte te verkrijgen met een kennelijk onredelijk ontslag procedure) en deze vergoeding 'redelijk' is, zal de rechter in beginsel niet overgaan tot een hogere vergoeding. Temeer wanneer het gaat om een werkgever die afhankelijk is van subsidies van de overheid, waarbij het risico van een subsidiestop altijd aanwezig is.
In casu gaat het om een theater dat haar inkomsten voor 80% uit de gemeentesubsidie haalt. Vanwege het stopzetten van deze subsidie is de werkgever genoodzaakt haar directrice te ontslaan. Zij doet dit echter niet zomaar, het theater biedt de directrice een vergoeding van € 60.000 aan. De vergoeding slaat de directrice tot tweemaal toe af. Zij is van mening dat de vergoeding niet hoog genoeg is en betrekt het theater in rechte.
De rechter is echter van mening dat het theater met haar twee aanbiedingen, van een niet onredelijk bedrag, voldoende zorgvuldig jegens haar directrice heeft gehandeld. Door tot tweemaal toe te weigeren heeft de directrice zelf het risico genomen dat er geen nieuw aanbod zou komen. De directrice behoorde volgens de rechter te weten dat de vergoeding niet door het theater zelf maar door de gemeente betaald zou moeten worden, de stichting kon de vergoeding zelf niet opbrengen.



